We zijn in Noorwegen! Frederikstad om precies te zijn. Dit lijkt ook het voorlopige einde van de briljante zomer die we de afgelopen 1,5 week gehad hebben. Vandaag was het al wat minder en de windveren in de lucht plus een duikelende barometer voorspellen niet veel goeds…windfinder overigens ook niet. We gaan het meemaken morgen als we een klein stukje naar Hanko doen.

Dat is wel het thema van de afgelopen 2 weken: kleine stukjes…we schieten geen reet op want we doen veel kleine stukjes. En dan nog hebben we het idee dat we heel veel moois overslaan. De Zweedse westkust is echt schitterend. Het ene dorpje nog pittoresker dan het andere en het landschap (of is het zeeschap?) overweldigend mooi, ruig, bijzonder, indrukwekkend…kies maar.
Een paar dagen geleden gingen we even met het bijbootje (Teddy) naar een ander eiland toen Belinda zei: “Wat kan het leven toch leuk zijn”. Dat is wel het gevoel van de afgelopen week. Is dit “as good as it gets”?
Overigens kan je je in deze omgeving direct voorstellen hoe eenzaam en verlaten dit eruit ziet op een sombere winterdag. Bijzonder is wel dat de dorpjes eruit zien alsof ze voor de zon zijn neergezet. Veel wit en pastelkleuren…naast het niet te vermijden Zweedse donkerrood/bruin…de leverancier van die kleur zit gebakken! “De zomer” is hier veel meer een gebeurtenis. Veel mensen zijn erg druk met alles klaarmaken voor de zomer. Volgens de Zweden begint die ca. 15 juni en eindigt eind Augustus…daarna gaan ze weer in de winterslaap…Dat laatste merken wij nu. Veel is dicht of alleen in het weekend open.

Vorige week waren we net onderweg Gothenburg in te nemen. Daar kwamen we in een erg leuke haven “Lilla bommen” terecht in het centrum van de stad. Een stad die veel leuker en mooier is dan we verwacht hadden.
Zweedse vriend Per Bodare was met zijn vriendin Carina overgekomen uit Stockholm voor 2 nachten aan boord van Mr.Bean2. Veel geluld, gedronken en gegeten. Vooral dat laatste was een hoogtepunt. Per had ons uitgenodigd in het “masterchef” restaurant (Kometen) waar “husmanskost” (zeg maar onze boerenkost) tot haute cuisine wordt omgetoverd. Errug goed!

Toen zij zondag weer vertrokken zijn wij naar Marstrand gevaren. Het wordt vervelend…maar weer een hoogtepunt. Dat begon al met de tocht ernaar toe. Op een gegeven moment moesten we door een geultje tussen rotsen dat maar net breder was dan Mr.Bean2…je raadt het al: bilnaadbevochtigend.
Daarna opent het zicht op Marstand. Dit eiland is het watersport centrum van Zweden. Voor de watersporter: het Cowes van Zweden. Veel marina geweld en nautische mensen (ja precies…de rode Bretonse broeken brigade)…maar wel erg mooi. Het was Himmelfart weekend. We hebben maar bedacht dat dat Hemelvaart betekent…we konden niemand vinden die Himmel heette en nogal flatulent was. Het was dus ongewoon druk voor wat we gewend zijn.
Hier kwam ook echt een havenmeester langs om te vertellen dat we bij de automaat moesten betalen. In bijna alle havens staat een soort van parkeerautomaat om havengeld te betalen. Ik pas daar hetzelfde beleid op toe als bij het parkeren met de auto: nooit betalen en een boete voor lief nemen. Dat kan prima uit en parkeert een stuk relaxter. Omdat we buiten het seizoen zitten is er meestal geen havenmeester te bekennen. Hier dus netjes betaald in ruil voor een sticker.
Na 2 dagen Marstrand gaan we naar Gullholmen. In de pilot wordt dit de “parel vd westkust” genoemd. En het is heel bijzonder. Een soort kruising tussen een Cinque Terre dorpje en Marken. Met ander woorden heel veel kleine houten vissershuisjes dicht op elkaar op een rots gebouwd. Erg pittoresk!
Het dorpje bleek niet geheel voorbereid op de afmetingen van Mr.Bean2. Wij waren zeer optimistisch het haventje ingevaren. Lang verhaal kort konden we daar amper in keren en zaten we ook nog aan de grond. Gelukkig de enige zandgrond die er in de wijde omtrek te vinden is. Toen maar aan de buitenkant van de haven aan de pier vastgemaakt. Dat is even wennen als Nederlander…je ligt gewoon op zee aan een buiten pier…niet iets dat je in Ijmuiden direct zou doen…
Op naar Smogen, het Volendam van Zweden. Hier lig je aan een soort van lange boardwalk om het dorp waaraan kroegen, restaurants en winkeltjes zitten. De pilot waarschuwt voor veel herrie en dronken lui die over je boot pissen…maar niet buiten het seizoen. Nu gewoon erg leuk. Met Teddy de omgeving verkent. We binden Teddy dan ’s avonds meestal achter aan de zwemplank. Zo ook dit keer op een schitterende windstille avond. ’s nachts om 3 uur werden we wakker van gebonk (dit keer niet van mij). Het bleek dat er onverwacht een F6 was opgestoken die recht de trechtervormige haveningang in stond, recht op onze achterkant. Op de golfslag deed Teddy pogingen het zwemplateau te bestijgen. Uiteindelijk samen met Belinda het bootje aan de voorkant van de boot aan de steiger vastgemaakt en weer gaan slapen.
’s Morgens mooi weer maar nog steeds F5-6. Stabilizers aan en op naar het voorlopige hoogtepunt (voor Belinda): Fjallbacka. Belinda is groot fan van de boeken en films van Camilla Lackberg. Die spelen allemaal in Fjallbacka. Dat betekent zoiets als de achterkant van de rots/berg. Een betere naam hadden ze niet kunnen verzinnen. Het is een vrij spectaculair gelegen dorpje tegen een enorme klif. Hier wel een grote haven, die nu bijna leeg was.
We liggen naast een mooie grote Malo zeilboot. Hierop blijkt een Duitser van 75 jaar alleen te zeilen. Een man met veel en mooie verhalen. Hij vaart al zo’n 40 jaar op de Oostzee en ken volgens eigen zeggen elke rots…wel heel bijzonder zo’n groot schip alleen varen op je 75e…

Op weg naar Fjallbacka zijn we door het Sotenkanaal gegaan. Een erg smal kanaal, deels uitgehakt in de rotsen met in het midden een brug die open moet voor ons. Gezien de harde wind, stroming en zeer beperkte manoeuvreerruimte was ik erg blij dat de brugwachter direct op ons horn signaal reageerde en de draaibrug al van verre opende…we hoefden niet eens af te remmen…en er kwam ook geen klompje…daar kunnen ze in Friesland nog wat van leren!
Vanaf Fjalbacka steken we dus de Noorse grens over richting Frederikstad. Daarover en de rest van de Oslofjord volgende week meer.
Cheers, Andre






Van Laboe willen we in 1 keer de oversteek naar Klintholm in Denemarken maken…dat is zo’n 100 mijl…dus zo’n 12 uur varen. Het mooie aan de Oostzee is dat er amper eb en vloed is. Je hoeft dus weinig te plannen. Gewoon om 5 uur opstaan…ik hoorde nog iemand sputteren dat hij vakantie had…en halfzes vertrekken.


De geplande route is nog steeds hetzelfde als in 1 van de eerste episodes toegelicht. Dus na Lauwersoog rechtsaf richting Helgoland, belastingvrij zo’n 3 ton diesel bunkeren (zo heet tanken onder stoere schippers), dan waarschijnlijk List op Sylt aandoen op weg naar Thyboron – de ingang van de Deense Limfjord.

De Warp11 heeft bijvoorbeeld een enorm zonnedek voorop, consequent “het slettendek” genoemd. De enige keer dat ik ook maar enigszins in de buurt kwam van bovenstaand beeld was een feestje van Laura waarbij ze een hele groep van de Hogere Hotelschool had uitgenodigd…ik kon niet voorkomen dat er ook heren werden uitgenodigd.

De vorige eigenaar van de boot was een Duitse familie geweest en achterop de boot stond nog steeds die verschrikkelijke naam – We are family – en ook de woonplaats van de eigenaar: Hamburg. De combinatie van foute boot, Hamburg en stevige snelheid trok de aandacht van de Kustwacht. Toen we ter hoogte van Scheveningen een groot schip van de Kustwacht passeerden zagen we dat ze een rubberboot overboord aan het zetten waren met 4 man erin.

Als je nu bij visboot denkt aan zo’n tobberig roeibootje met 10pk buitenboordmotor, zit je er goed naast. Om een beetje voor de dag te komen en enige indruk op de roofvissen te maken hebben je een soort van James Bond boot nodig. In dit geval een glimmend zilver/zwarte Lund (de Ferrari onder de visboten weet ik inmiddels) hightech aluminium semi-race boot met 115pk Mercury erachter.












