In Portovenere nemen we niet alleen afscheid van onze gasten, maar ook van het vaste land van Italië. Vanaf hier wordt het eiland hoppen tot we op een voor Mr.Bean2 nieuw continent zijn: Afrika.
Maar voor het zover is vertrekken we van Portvenere naar het eerste eilandje: Capraia. We worden uitgezwaaid door een vliegdekschip van de Italiaanse marine. Vorig jaar zijn we ook al even op Capraia geweest, zie Het leukste van Corsica is…Italië! en zijn we er een beetje verliefd op geworden.






Het is nog steeds even mooi maar dit jaar wat spannender. Om te beginnen steekt er een harde mistral wind op in de baai waar we geankerd liggen. We liggen goed beschermd achter het eiland…maar bij bepaalde windrichtingen kan zo’n bergachtig eiland ook een versnellend effect op de wind hebben. Nog steeds geen probleem want ons overbemeten Spade anker geeft normaal gesproken geen krimp als het goed ingegraven ligt. En dat is makkelijk te controleren in het kristalheldere water. Echter liggen we door de vorm van de baai ook benedenwinds voor de rotsen…er hoeft dus maar iets fout te gaan en we liggen daarop.
Na een nachtje dit geweld uitgezeten te hebben besluiten we de volgende dag het mooie haventje in te gaan om de rest van de mistral af te wachten. Als ik in deze harde wind Teddy met onze kraan weer aan dek wil hijsen, breekt de hijskabel. Gelukkig is hij net ca. 2 meter uit het water maar 300kg maakt dan nog steeds een stevige klap…en ook Teddy is vervolgens met windje mee direct hard op weg naar de rotsen. Belinda aarzelt geen moment en springt erachteraan en redt Teddy…Rowan Atkinson zou trots op haar zijn!

Het blijkt dat de dyneema hijslijn, die eng dun is maar toch 1600 kilo kan hebben, is doorgesleten op de winch. Gelukkig heb ik een reservelijn. Deze gemonteerd, de slijtage oorzaak weggenomen, Teddy aan dek gezet en de haven in.
Dat willen inmiddels wat meer mensen dus het is nogal Italiaans chaotisch in het kleine haventje. Echter petje af voor de marinero’s die duidelijk wel wat gewend zijn hier. Uiteindelijk liggen we hier 2 dagen in dit erg leuke eilanddorpje.

Van Capraia gaan we naar Bastia op Corsica. Vorig jaar hebben we de westkust van dit Franse eiland gedaan. Dit jaar gaan we langs de oostkant naar beneden. Bastia is een vrij grote havenstad aan de noordoost kust. Naast de commerciële havens is er de Vieux Port. Deze ligt vol met kleine visbootjes net als in Marseille.
Omdat de Corsicanen niet gestoord kunnen worden om de telefoon op te nemen, zijn we op goed geluk de haven ingevaren. Aan de pier zie ik een plekje waar Mr.Bean2 net langszij kan liggen. Vastgeknoopt en maar even op zoek naar iemand die hierover gaat. Die komt toevallig net terug van een lange lunch en vind het allemaal prima. Mooie plek in een mooie stad. Het blijkt dat we er net zijn als het grote feest rond beschermheilige Johannes de Doper plaatsvindt met een groot vreugdevuur.













De oostkust van Corsica is in tegenstelling tot het westen vrij saai. We doen daarom een langere trip naar Porto Vecchio in het zuiden. Daar ankeren we in de enorme baai waar er een getuige ligt van een minder succesvolle anker actie.



Porto Vecchio is een leuk plaatsje waar we bij toeval terechtkomen in een museumpje rond messen en wandelstokken. Ja je leest het goed: wandelstokken. Het is de privécollectie van een oud baasje die ons maar wat graag een privé rondleiding geeft. De verzameling is vooral uit de 18e en 19e eeuw en omvat de meest idiote en ingenieuze stokken. Wandelstokken als wapen met dolken, vuurwapens en andere zaken erin. Maar ook meer aansprekende met een uitklapspiegeltje onderaan voor de voyeur onder de rokken. Er is zelfs een erotische afdeling met zweepjes en andere boeiende hulpstukken verwerkt in een wandelstok…er gaat een wereld voor je open!






Als we hiervan bekomen zijn wordt het tijd om terug te keren naar het beloofde land. Sardinië om precies te zijn. Vorig jaar hebben we daar vooral de Maddalenas en de oost- en zuidkust van gezien. Dit jaar is het plan de noord- en westkust te verkennen op weg naar het zuiden. Omdat er een stevige Mistral op het programma staat en de straat van Bonifacio hiervoor een soort van versnellende trechter is, besluiten we eerst wat dekking te zoeken aan de Costa Smeralda.
Dit is het schitterende superyacht gebied rond Porto Cervo waar we vorig jaar ook geweest zijn. We ankeren daar in Golfo Marinella. De volgende dag arriveren onze Iers-Amerikaanse vrienden Conor en Lisa op hun Catamaran Sabatica. Erg gezellig!
Zij hebben familie aan boord en we zoeken met z’n allen een kroeg op om de EK wedstrijd Zwitserland – Italië te kijken. Ik ben helemaal niet van het voetbal maar zo’n EK geeft wel een leuk sfeertje. In dit geval was het sfeertje bij de Italianen al snel diep onder nul. Niet getreurd en met z’n allen naar de schitterende beachclub Oasi…en het bleef nog lang onrustig…




Om het hoogtepunt van de Mistral te ontlopen gaan we na een paar dagen naar Olbia. Van vorig jaar weten we nog dat daar een prima gratis kade is midden in het centrum. Als we daar aankomen blijkt er zelfs nog wat ruimte te zijn. Een uitstekend plekje om een paar dagen storm uit te zitten.

De rest van de kade loopt die dag snel vol met meer Boaties op zoek naar wat beschutting. Altijd leuk om te zien dat er een soort van community ontstaat in zo’n door omstandigheden bij elkaar gedreven gemeenschapje.
Natuurlijk gaan we met de elektrobrommerts ook nog wat op verkenning in de omgeving o.a. naar een oud Romeins aquaduct waar Belinda natuurlijk een Geocache moet vinden.





Als de storm wat geluwd is gaan we naar La Maddalena. Dit is het enige plaatsje op de Maddalenas archipel. Het stadshaventje hier vonden we vorig jaar erg leuk, dus daar gaan we langs.
Natuurlijk moeten we even naar onze favoriete Gelateria met de vrolijke dames. De volgende dag leggen Conor en Lisa ook aan in een haventje verderop. Mooi excuus om ’s avonds bij ons favoriete restaurant Caprera te gaan eten.




Capo Testa is een natuurpark waarvoor je eigenlijk een vergunning nodig hebt om er te mogen ankeren…maar dit is Italië…waar er in de ruimte tussen regels en praktijk heel veel mogelijk is. Zo ook hier en het brengt ons in één van de mooiste ankerbaaien waar we ooit geweest zijn.
Omdat het allemaal bizar gevormde rotsen zijn gaan we met het SUP-board naar de kant. Dit gedeelte heet Valle del Luna en het is wel duidelijk waarom. Het heeft wel iets weg van een maanlandschap…niet dat ik daar geweest ben…maar zoals ik het me voorstel.
Een setje oude Italiaanse dames willen graag dat ik een foto van ze maak en dan moeten wij natuurlijk ook op de foto!












Na deze hoogst illegale actie gaan we naar de haven van Castelsardo. Gebouwd door de machtige familie Doria uit Genua. Een schitterend dorp op een heuvel met een kasteel erbovenop…een omschrijving die op meer Italiaanse dorpen van toepassing is.
Het is nogal hoog dus we nemen de bus naar boven. Er is namelijk maar 1 ding erger dan openbaar vervoer en dat is omhoog lopen. Na een verkennende wandeling strijken we neer op een mooi terras waar we aan de praat raken met een leuk Nederlands stel die rondreizen in Italië. We denken hetzelfde over Sardinië: het is misschien wel het allerbeste deel van Italië…en dat wil wat zeggen!









Om die uitspraak te bekrachtigen is onze volgende stop Isola Piana. Dit is de piemel de aan de noordwest kant omhoog steekt. We ankeren daar in het meest azuurblauwe water dat we ooit gezien hebben. Onderweg doe ik nog een poging om met mijn nieuwe kunstaas een tonijn te verschalken…maar als de hengel net uithangt verschijnen er dolfijnen. Mocht ik een tonijn vangen dan wil ik in ieder geval kunnen zeggen dat die dolfijnvriendelijk gevangen is…dus het aas maar weer even binnengehaald.





Met Teddy gaan we op expeditie naar het natuurpark rond het Asinara eiland. Dit eiland was tot de jaren 1920 een tbc kolonie, daarna werd het een zwaar beveiligde gevangenis voor mafia kopstukken. In 1997 is de gevangenis gesloten en werd het een natuurpark. Naast de gevangenis is het vooral een heel kaal eiland met als claim-to-fame de albino ezels.
Het blijkt echter dat je alleen het eiland op mag met officiële begeleiding en helaas ligt de Carabinieri boot aan de enige landingsplaats. Zij vertellen ons vriendelijk om op te rotten en met een officiële boot mee te gaan. Dat gaan we dus niet doen en we varen nog even langs het eiland om een witte ezel te zien. Dat is gelukt!



Dan maar met Teddy naar het dichtstbijzijnde havenplaatsje Stintino. Dit vissersdorpje is ontstaan toen de overheid in de 19e eeuw het Asinara eiland leeg veegde om er een tbc kolonie van te maken. Hier allemaal ruige tonijnvissers waar ik me natuurlijk prima bij thuis voel!


Na een paar dagen dobberen in dit zwembad gaan we naar Alghero waar we van gelezen hebben dat er een gratis stadskade in het centrum is. Onderweg komen we langs een schitterende kust waar onder meer de Grot van Neptunus is. Dat is niet helemaal geheim gebleven. Als we er langsvaren is het een soort van filevaren van toeristenboten de grot in. Het alternatief is overigens een uitgehakte trap in de klif van zo’n 700 treden…
Voor de haven heb ik op kanaal 9 de “consortio” opgeroepen om te vragen of we aan de stadskade mogen liggen. Dat is prima waarbij de belangrijke vraag is of we “servizi” willen. Dat betekent hulp met aanleggen, elektra en water. We weten van anderen dat dan de prijs van nul naar 75 euro per nacht gaat. Dit wordt er in goede Italiaanse traditie natuurlijk niet bij verteld maar lijkt een beetje duur voor wat elektra.
In de havenmonding komt ons op hoge snelheid een bootje tegemoet die vraagt hem te volgen. Voor de zekerheid vraag ik waarheen. Hij blijkt van een marina te zijn waar ze minimaal 200/nacht vragen. Deze man hebben we dus vriendelijk bedankt. Vervolgens komt er een bootje met 2 man erin. Deze blijken van de “consortio” te zijn en vragen nogmaals of we servizi willen. Nee dat willen we niet. Daarna beperken zij zich tot het aanwijzen van de aanlegplaats en waar de mooringlijn drijft…aangeven doen ze natuurlijk niet.
Gelukkig liggen Conor en Lisa ook al in Alghero en die staan al klaar om een lijntje aan te pakken.







Alghero is een bijzondere stad. Het is tot in de 18e eeuw Catalaans geweest en is nog steeds tweetalig. Ze spreken over Sardiniërs alsof het buitenlanders zijn en er lopen zelfs mensen rond in T-shirts met Independent Catalunia erop. Dan denk je Spanje te hebben verlaten, krijg je dit! Gelukkig hebben ze dat tapas gedoe niet overgenomen.







Na een paar heel gezellige dagen in Alghero wordt het tijd verder zuidelijk te gaan. We kiezen voor de bijzondere Cala Sa Codulera bij Bosa. Ook hier vreemd gevormde rotspartijen die we met het SUP-board gaan ontdekken.







Bij Tharros in de Golf van Oristano liggen mooring boeien om te voorkomen dat de posidonia begroeiing op de bodem wordt aangetast door ankerende boten. Wij hebben een heel geavanceerde bootshaak om een touw door een ring op zo’n boei te halen. Die dingen doen het altijd uitstekend…op papier…of wanneer je ermee oefent. In dit geval stond Belinda met de haak klaar op de voorkant en probeerde ik de boot een beetje op zijn plek te houden in een stevige wind. Lang verhaal kort zat op een gegeven moment de haak muurvast aan de boei en hadden we er geen touw door.
Belinda is toen op de SUP naar de boei gegaan om er een ander touw aan vast te maken zodat we het hele spul weer konden ontwarren.
Het Tharros schiereiland is bekend vanwege de Romeinse opgravingen en de mooie natuur. Dat blijkt niet overdreven. Als we dat gaan ontdekken met Teddy stuiten we als eerste op een Yoga klas op de aanlegplaats die niet terugdeinzen voor een collectief standje. Vervolgens is het een indrukwekkend duinachtig landschap.
Later varen we nog met Teddy langs de opgravingen en naar San Giovanni waar een bijzonder Byzantijns kerkje uit de 11e eeuw de aandacht trekt.









De kust bij Masua is hoog en schitterend met veel grotten en rots eilanden. Er is ook een oude ijzermijn, Porto Flavia. We ankeren hier wederom in zwembad water.





Dan is het tijd om onze route van vorig jaar te kruisen in de haven van Carloforte. Dit is een eilandje ten zuidwesten van Sardinië. Vorig jaar hebben we hier gelegen voor onze oversteek naar Menorca. Nu willen we hier nog even provianderen voor onze oversteek naar Tunesië.
Carloforte is alles wat je je voorstelt bij een klein Italiaans eilanddorpje. Erg leuk! Het is beroemd vanwege de tonijn vangst, zij wel. We gaan dan ook eten bij Al tonno di corsa. Wat een fantastisch klein en goed restaurant is dat! Mooie ervaring en een mooie afsluiting van Italië.





Vanaf hier varen we naar Cala Malfatano op het zuidpuntje van Sardinië om daar nog te ankeren voordat we de oversteek gaan maken. Ook hier liggen we wederom in een schitterende baai. In eerste instantie alleen, maar omdat het weekend is, worden we de volgende dag snel ingebouwd door alle dagbootjes van de Italianen.
Heel leuk is dat Conor en Lisa hier bij toeval ook ankeren en we nog een gezellige afscheidsborrel kunnen doen.



Om te zorgen dat we in de middag aankomen in Bizerte moeten we ca. 01:00 uur ’s nachts gaan varen…en dat ziet er dan zo uit..met Belinda het eerste kwartier met schijnwerper op de boeg om uit te kijken voor alle visboeien die hier drijven. De volle maan en kalme zee helpen.

Over de aankomst in Bizerte/Tunesië/Afrika en de ervaringen daar de volgende keer meer.
Cheers, André
Zo’n wandelstok met een spiegeltje erin is niet bedoeld om onder rokken te kijken André Huizing. Het is bedoeld om onder auto’s te kijken voor explosieven en andere nare zaakjes. Verder kan je er heel goed mee onder een kastje kijken of je verloren ding daar ligt en onder de hoed van een paddenstoel te kijken welke soort paddenstoel we zien.
In de 18e eeuw waren er niet zoveel auto’s om te controleren op explosieven Martin 🤣
De naam van dit model was overigens ook echt Voyeur 😎